Op pad met de stadsecoloog: Natuur langs het spoor

| Stadsecoloog

Ingeborg Swart is stadsecoloog bij de gemeente Nijmegen. Ze is dol op alles wat groeit en bloeit en neemt anderen graag mee in haar enthousiasme. Er is immers zoveel prachtig groen te vinden in Nijmegen! Voor haar is het een uitdaging om op de meest onverwachte plekken planten of dieren te spotten. Tegelijk werkt ze er aan om de stad nog groener en gezonder te krijgen. Deze keer vertelt ze over de natuur langs het spoor.

Meeliftende natuur

Binnen de stad hebben we heel wat invloed op de omgeving. Met wij bedoel ik dan de mens in het algemeen. Allemaal samen maken we huizen, parken, straten, afval, olifantenpaadjes en ga zo maar door. Een deel van wat we doen is heel bewust en gericht, maar soms hebben onze acties ook indirect gevolgen. Bijvoorbeeld in het ecosysteem dat ze creëren.

Een mooi voorbeeld daarvan is de natuur langs spoorwegen. Dat komt deels door het speciale karakter van de omgeving, en deels doordat plantenzaden grote afstanden meereizen met treinen. Het gebied rond het spoor is vaak een heel bijzondere plek met een hoge biodiversiteit. Je hebt immers verschillende ondergronden naast elkaar, puin, gruis, zand en dan gewone aarde. Op elk van die plekken voelen andere planten zich thuis. Ook het beheer helpt een handje mee. Dicht langs het spoor moet alles kort blijven voor de veiligheid, daarna mag het ietsje langer en een paar meter verder kunnen struiken en bomen vaak rustig verwilderen. Eigenlijk maken we zo meerdere tussenstappen van natuurvorming vlak bij elkaar.


Trein in de Leemkuil

Die omgeving zorgt voor veel verschillende soorten, en vaak ook bijzondere vondsten. Zo komt in Nijmegen de zeldzame wilde averuit voor in de Spoorkuil. Dat plantje stamt af van voorouders van de Aziatische steppen en houdt van open, droge gebieden met het liefst wat kalk. Dus: onder andere langs het spoor. Vroeger groeide hij relatief vaak op rivierduinen. Nu die steeds meer verdwijnen, zijn plaatsen als het spoor en stenige braakliggende terreinen zijn laatste toevluchtsoorden. Op zoek? Kijk uit naar een struikachtig plantje met rode stengels en witgroenige vlezige bladeren. De bladeren zijn erg smal en zitten meestal met drie aan elkaar. Zoek voor de zekerheid eerst even een paar plaatjes op. Let er wel op dat je de natuur intact laat op je zoektocht.

Minder gewenste planten die je vaak langs het spoor ziet zijn de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw. Beide planten komen van oorsprong niet in Nederland voor. Door menselijk handelen zijn ze hier toch terecht gekomen en bij het ontbreken van natuurlijke vijanden kunnen ze enorm groeien en verspreiden. De trein helpt ze nog een extra handje met hun reis. De reuzenberenklauw zorgt voor overlast doordat hij flinke brandplekken kan veroorzaken, de Japanse duizendknoop woekert en laat zich niet zomaar tegenhouden. Beide proberen we in de stad zo veel mogelijk te bestrijden, zonder de rest van het systeem aan te tasten.

Berenklauw

Liever op zoek naar een leuke plant langs het spoor? Kijk dan uit naar het bezemkruiskruid. Dit plantje laat zich graag vervoeren en zie je daarom zowel veel langs het spoor als langs snelwegen. Het leuke aan het bezemkruiskruid is dat hij vrijwel het hele jaar door bloeit. Je kunt zelfs in de donkere februari dus al rustig een paar gele kopjes langs het spoor of de weg zien. 

Let de volgende keer dat je in de buurt van het spoor loopt eens op, welke planten zie je? Uiteraard wel op veilige afstand blijven van het spoor. Veel plezier!

Dit vind je misschien ook leuk